Daktypes: overzicht van dakvormen en hun constructie

Er zijn veel soorten daken, en elk daktype heeft eigen kenmerken, een eigen opbouw en eigen aandachtspunten voor de constructie. In dit overzicht lees je wat de meest voorkomende daktypes zijn, waarin ze verschillen en waar een constructeur naar kijkt als je het dak wilt verbouwen of extra wilt belasten.

Veelvoorkomende daktypes

  • Zadeldak: twee hellende dakvlakken die bovenin samenkomen in een nok. Het is de klassieke dakvorm bij woningen in Nederland.
  • Plat dak: een dak zonder of met zeer geringe helling. Een plat dak heeft meestal toch een lichte afschot richting de afvoer. Je ziet het op aanbouwen, moderne woningen en bedrijfsgebouwen.
  • Lessenaarsdak: één hellend dakvlak. Het wordt veel gebruikt bij aanbouwen, bijgebouwen en moderne architectuur.
  • Schilddak: vier hellende dakvlakken. De lange zijden zijn trapeziumvormig en de korte zijden driehoekig. Er zijn geen puntgevels, dus het dak loopt aan alle kanten door tot aan de dakrand.
  • Wolfsdak: een zadeldak waarvan de top van de gevel aan de kopse kant is afgeschuind. Zo ontstaat een klein dakvlak boven in de gevel. Het wordt ook wel schildkap of aangekapt dak genoemd, al verschilt het woordgebruik per regio en vakgebied.
  • Mansardedak: een dak met twee hellingen per zijde, waarbij het onderste vlak steiler is dan het bovenste. Daardoor is de ruimte onder het dak beter bruikbaar als woonruimte.
  • Tentdak of piramidedak: vier gelijke driehoekige dakvlakken die samenkomen in één punt. Het past bij een vierkante plattegrond.
  • Kruisdak: twee zadeldaken die elkaar haaks kruisen, zoals bij een woning met een dwarskap of bij grotere gebouwen.

Bijzondere dakvormen

  • Vleugeldak (butterflydak): twee dakvlakken die naar elkaar toe hellen, zodat een V-vorm ontstaat. In het midden ligt een goot. Die moet goed worden afgevoerd en is gevoelig voor waterophoping.
  • Sheddak (zaagtanddak): meerdere lessenaarsdaken achter elkaar, vaak met een steile kant met glas of ramen. Het wordt veel toegepast bij hallen en bedrijfsgebouwen.
  • Boogdak (tonrond dak): een gebogen dak, vaak toegepast bij hallen, kassen en moderne ontwerpen.
  • Koepeldak: een bolvormig dak, bijvoorbeeld op kerken, monumentale gebouwen of een observatorium.
  • Conisch dak (kegeldak): een taps toelopend dak, vaak op torens en ronde gebouwen.
  • Pagodedak: een dak met meerdere lagen met opgetrokken daklijnen, typerend voor Oost-Aziatische architectuur.
  • Afdak: een eenvoudig dak zonder volledige wanden eronder, bijvoorbeeld boven een terras, carport of oprit. Het is eigenlijk geen aparte dakvorm maar een toepassing, meestal met een plat dak of lessenaarsdak.

Groen dak: een afwerking, geen dakvorm

Een groen dak (of sedumdak) is een dakbedekking met begroeiing, meestal op een plat of licht hellend dak. Het kan bijdragen aan waterbuffering en isolatie, maar de effecten hangen af van de opbouw. Constructief is vooral het extra gewicht belangrijk. Een nat substraat en begroeiing wegen meer dan een gewone dakbedekking. Laat daarom controleren of het dak dat extra gewicht kan dragen.

Wat betekent het daktype voor de constructie?

Het daktype bepaalt hoe de belasting naar de wanden en de fundering wordt afgedragen. Een constructeur let onder meer op de volgende punten:

DaktypeConstructief aandachtspunt
ZadeldakHet dak kan de gevels naar buiten drukken als de kap niet goed is verankerd of gekoppeld. De nokbalk, gordingen en het kapgebint zijn dan belangrijk.
Plat dakWaterophoping door sneeuw of regen en een beperkte afschot. Het dak is vaak geschikt voor een dakopbouw of dakterras, maar dat vraagt altijd een controle.
SchilddakDe belasting verdeelt zich over alle vier de gevels. De kapconstructie is complexer door de graatkepers.
MansardedakEen groot deel van de ruimte is bruikbaar, dus de kapconstructie moet vaak bewoonbare ruimte en vloeren combineren.
VleugeldakAfvoer en belasting op de centrale goot.
Boog- en koepeldakHorizontale krachten en de vorm vragen om specifiek maatwerk.

Bij elk daktype spelen ook de windbelasting, sneeuwbelasting en de stabiliteit van het gebouw een rol. Volgens de Eurocodes worden die belastingen per project bepaald. Het resultaat hangt dus af van de locatie, de hoogte en de vorm van het gebouw.

Wanneer heb je een constructieberekening nodig?

Bij een verbouwing van het dak is vaak een constructieberekening nodig, bijvoorbeeld in deze situaties:

  • Je plaatst een dakkapel of verandert de dakvorm.
  • Je wilt een dakopbouw op een plat dak plaatsen.
  • Je laat zonnepanelen op je dak leggen. Het extra gewicht en de windbelasting zijn dan van belang.
  • Je verwijdert of verandert onderdelen van de kapconstructie, zoals een gording of een dragende wand eronder.

Of een omgevingsvergunning of melding nodig is, hangt af van je project, het bestemmingsplan (omgevingsplan) en de gemeente. Dat moet je altijd navragen bij de gemeente of bij het Omgevingsloket. Voor de beoordeling van de draagkracht van bestaande daken kun je terecht bij een constructeur.

Conclusie

Het daktype bepaalt niet alleen hoe je huis eruitziet, maar ook hoe krachten worden afgedragen en welke aanpassingen mogelijk zijn. Wil je je dak verbouwen, verzwaren of voorzien van een dakopbouw, dakkapel of zonnepanelen? Dan helpt een constructeur je met de juiste berekening. Bekijk ook onze dienst constructieberekening dakopbouw of neem contact met ons op voor een offerte aanvragen.

Vraag eenvoudig een offerte aan

Door op aanvraag versturen te klikken ga je akkoord met onze privacyverklaring en algemene voorwaarden.

Bas

Liever even bellen?

Bel ons direct voor gratis advies. Geen wachttijden, geen doorverbinden.

Bel direct naar +31 06 1354 7316